La version de votre navigateur est obsolète. Nous vous recommandons vivement d'actualiser votre navigateur vers la dernière version.

Cercle Royal Mars & Mercure ASBL

 

 

  

 Pierre Degreef, Président National, souhaite la bienvenue aux participants

"Pourquoi avons-nous mis en œuvre ce projet  ambitieux ? Il y a pratiquement un an, le club Brabant du Cercle Royal Mars & Mercure a proposé d’organiser un grand événement pour célébrer le  90ème anniversaire de notre cercle. Les thèmes fournis par l’actualité étaient nombreux et le concept d’un forum s’est rapidement imposé, autour de deux axes majeurs. Dit Forum dat plaats heeft in het uitzonderlijk kader van de KMS is een uitstekende gelegenheid voor het uitbouwen van een efficiënt netwerk en voor het leggen van nieuwe contacten.”

C’est par ces mots que notre Président National, Pierre Degreef, a ouvert le OFFICERS & ENTREPRENEURS FORUM des 22 & 23 juin derniers.

Quelque 200 représentants de la Défense, du SPF Intérieur, de l’industrie et du monde académique se sont retrouvés à l’Ecole Royale Militaire pour échanger leurs idées et points de vue sur la coopération future entre la Défense et le monde de l’Entreprise.

Waarom werd dit ambitieus project opgestart? Ongeveer een jaar geleden werd door de club Brabant voorgesteld een groot evenement te organiseren ter gelegenheid van de 90ste verjaardag van onze Kring. De actualiteit bood genoeg onderwerpen om een vlugge bepaling van het concept rond twee grote assen voor een forum te formuleren.

Het Forum dat plaats had in het prestigieus kader van de Koninklijke Militaire School werd een uitstekende gelegenheid voor het uitbouwen van een efficiënt netwerk en voor het leggen van nieuwe contacten.

Met deze woorden opende onze nationale Voorzitter, Pierre Degreef het Forum OFFICERS & ENTREPRENEURS op 22 & 23 juni laatstleden.

Een 200-tal vertegenwoordigers van Defensie, van de industrie en van de academische wereld zijn samengekomen in de Koninklijke Militaire School om ideeën en standpunten uit te wisselen over een toekomstige samenwerking tussen Defensie en de bedrijfswereld.

 

La séance d’ouverture

 

 Le Général Compernol, Chef de la Défense

 

Les conclusions de cette édition inaugurale du Forum "Officers & Entrepreneurs" sont reprises dans cet article.  Les deux thèmes du Forum seront abordés de manière séquentielle.  Tout d’abord, les nouveaux partenariats entre Défense et Entreprises seront adressés sous l’angle des opportunités qu’ils représentent pour l’emploi et l’économie de la Belgique.  Ensuite, nous évoquerons les nouveaux défis sécuritaires pour la Défense et les Entreprises.

De conclusies van deze eerste editie van het Forum “OFFICERS & ENTREPRENEURS” zijn vervat in dit artikel. De twee thema’s van het forum zullen opeenvolgend behandeld worden.

Eerst wordt de betekenis bekeken van de opportuniteiten van de nieuwe partnerschappen tussen Defensie en de bedrijven op het gebied van tewerkstelling en economie in België. Vervolgens worden de nieuwe uitdagingen op het vlak van veiligheid voor Defensie en de bedrijfswereld belicht.

 

Nouveaux Partenariats entre Défense et Entreprises

 

L’évolution de notre environnement sur les plans géopolitique, économique, technologique et sécuritaire appelle une adaptation des missions de la Défense et, partant, de ses besoins en équipement, en infrastructure et en personnel.  Garantir l’efficacité des moyens engagés et se concentrer sur ses métiers de base constituent deux orientations majeures de la Défense, qui se traduisent par un plan d’investissement ambitieux (9.2 milliards d’Euro sur la période 2020-2030) et par un recours accru à la sous-traitance pour des tâches non principales telles que le nettoyage des bâtiments, la gestion informatisée des salaires, des opérations d’entretien technique.

 

Nieuw partnerschap tussen Defensie en de Bedrijfswereld

De evolutie van de omgevingsfactoren op geopolitiek-, economisch-, technologisch- en veiligheidsvlak vragen om een aanpassing van de opdrachten voor Defensie alsook van de behoeften aan uitrusting, infrastructuur en personeel. De doelmatigheid van de aangewende middelen en de aandacht richten op de core functies zijn twee grote streefpunten voor Defensie die vertaald worden in een ambitieus investeringsplan (9.2 miljard euro voor de periode 2020-2030) en het terugvallen op een verhoogde uitbesteding van minder belangrijke taken zoals het onderhoud van gebouwen, het geïnformatiseerd beheer van de lonen en het technisch onderhoud.

 

 Les intervenants du grand débat du 22 juin.

De gauche à droite : Marc Lambotte (CEO, AGORIA), Prof Dr Derrick Gosselin (Chairman, ECSA), modérateur, Renaud Bellais (Chief Economist, AIRBUS), Jean-Paul Van Avermaet (Managing Director, G4S BeLux), LtGen Rudy Debaene (DGMR, La Défense)                     

 

Par ses investissements dans des équipements modernes et par ses offres de sous-traitance, la Défense participe de manière significative au développement économique de la Belgique et des entreprises qui y sont installées.  Pareil développement n’est réalisable que par la création de partenariats stables et efficaces entre la Défense et le monde socio-économique.

Ces partenariats sont soumis à des contraintes spécifiques au domaine militaire.  Tout d’abord, un haut niveau de sécurité d’approvisionnement doit être assuré, ainsi que la sauvegarde d’informations sensibles. Ensuite, ces relations Défense-Entreprises doivent s’établir sur un horizon à long terme vu le cycle d’emploi des équipements militaires qui peut atteindre 30 ou 40 ans. Les fournisseurs se doivent d’offrir une collaboration qui couvre tout ce cycle, à savoir, outre la livraison d’un équipement adéquat, son entretien, sa remise à niveau en milieu de vie, l’organisation de la formation à son emploi.  S’engager sur pareil horizon revêt une composante de risque dont la gestion par la Défense et ses partenaires du monde de l’entreprise doit être incorporée dans l’accord de collaboration. Enfin, le processus d’attribution de contrats de partenariat est soumis à la réglementation des marchés publics, une contrainte qui peut limiter le potentiel de développement commun d’équipements – ce point sera explicité plus loin dans cet article.

L’analyse de ces contraintes permet de dégager des lignes de force dans la construction de partenariats.

Dans le domaine de la sous-traitance, surtout orientée vers la fourniture de services, le facteur-clé de succès sera le transfert de connaissances entre la Défense et les entreprises.  Ceci afin de garantir un même niveau de performance mais à un coût plus faible (l’objectif est de le réduire de 10%) puisque ces services seront réalisés par des firmes dont ils constituent le "core business".

Door de investeringen in moderne uitrusting en de uitbesteding aan onderaannemingen levert Defensie een betekenisvolle bijdrage aan de Belgische economische ontwikkeling en aan de bedrijven. Dergelijke ontwikkeling is slechts mogelijk door het creëren van stabiele en efficiënte partnerschappen tussen Defensie en de socio-economische wereld.

Deze partnerschappen zijn onderworpen aan specifieke militaire voorwaarden. Eerst en vooral dient een hoge graad van veiligheid in de bevoorrading en de bewaking van gevoelige informatie verzekerd te worden. Vervolgens dienen deze relaties gespreid te worden over een langere periode rekening houdende met de gebruikscyclus van militaire uitrusting die 30 tot 40 jaar kan bedragen. De leveranciers moeten er zich toe verbinden de samenwerking over deze ganse periode te verzekeren voor de levering van de aangepaste uitrusting, het onderhoud, uitvoering van midlife conversies en het voorzien in de nodige opleidingen. Het aangaan van dergelijke langdurige projecten vormt een risicofactor waar rekening mee dient gehouden te worden in het samenwerkingsakkoord tussen Defensie en de betrokken bedrijven. Tot slot is de procedure voor de toewijzing van partnerschapscontracten gebonden aan de wetten van openbare aanbesteding wat een mogelijke beperking inhoudt voor de gemeenschappelijke ontwikkeling van uitrusting - dit punt wordt verder uiteengezet in het artikel.

De analyse van deze specificaties laat toe om krachtlijnen uit te tekenen bij de oprichting van partnerschappen.

In het domein van de onderaanneming, vooral gericht op de dienstensector, zal de overdracht van kennis tussen Defensie en de bedrijven een sleutel factor zijn tot succes. Op deze manier kan een zelfde kwaliteitsniveau gegarandeerd worden aan een lagere kostprijs (streefdoel is 10% te besparen) aangezien deze diensten verwezenlijkt zullen worden door gespecialiseerde firma’s.

 

 Un auditoire très attentif

 

Dans le domaine de la fourniture d’équipement, l’activité de recherche et développement revêt un caractère primordial car elle permet la génération de solutions optimisées pour rencontrer les besoins à long terme de la Défense.  Initier la collaboration Défense-Entreprises dès la phase de gestation d’un projet d’équipement ou d’infrastructure permettra d’engager les activités de recherche, d’exploration technologique de manière efficace.  Les pouvoirs publics peuvent aussi jouer un rôle bénéfique sur ce plan, par la mise en place d’incitants, entre autres fiscaux, pour encourager la recherche.  Mais comme indiqué plus haut, la réglementation des marchés publics exige un traitement équitable des participants à un appel d’offre, ce qui peut freiner la collaboration Défense-Entreprises dans le développement commun d’un matériel ou équipement.  En effet, l’entreprise qui participe à pareil partenariat et y contribue par ses compétences et son « know how », pourrait être considérée, suite à cette collaboration étroite, comme détentrice d’informations privilégiées relatives à l’appel d’offre et donc s’en voir interdire l’accès, sauf à rendre son « know how » accessible à tous, donc aussi à ses concurrents.

Le partenariat Défense-Entreprises doit donc s’envisager dans un cadre plus large, qui dépasse le seul positionnement concurrentiel de nos industries dans une optique de profit à court terme.  L’approche dite du ˮTriple Helixˮ décrit bien ce cadre élargi, où 3 acteurs (la Défense, les entreprises et la communauté scientifique et académique) réfléchissent ensemble au développement à long terme de nos capacités militaires. L’initiative "Triple Helix" de la Défense s’inscrit dans cette lignée.  Trois conditions majeures doivent être réunies pour amener pareille collaboration au succès : (1) les trois acteurs  doivent travailler en indépendance mutuelle afin de maximiser le périmètre des options de solution aux problèmes abordés ; (2) les entreprises et le monde scientifique doivent être associés au plus tôt dans l’exercice de réflexion de la Défense, par la définition commune d’une stratégie industrielle, de défense et de recherche et (3) la gestion centralisée de la connaissance doit être assurée - une tâche qui pourrait incomber à un ˮChief Information Officerˮ localisé au sein de l’Institut Royal Supérieur de Défense.

In het domein van de levering van uitrusting bekleedt onderzoek en ontwikkeling een belangrijke plaats omdat het toelaat optimale oplossingen te vinden om de lange termijn doelstellingen van Defensie te realiseren. De samenwerking tussen Defensie en de bedrijven vanaf de ontwikkelingsfase van een materieel- of infrastructuurproject laat toe om aan duurzaam onderzoek en efficiënte technische ontwikkelingen te doen. Ook het openbaar bestuur kan een toegevoegde waarde betekenen door met fiscale e.a. stimuleringsmaatregelen meer wetenschappelijk onderzoek aan te moedigen. Maar zoals hoger aangegeven eist de wetgeving m.b.t de openbare aanbesteding een gelijke behandeling van de deelnemers aan een aanbestedingsprocedure wat een rem kan zetten op de samenwerking tussen Defensie en de bedrijven voor de ontwikkeling van het gewenste materieel of uitrusting. Een bedrijf dat deelneemt aan zulk een partnerschap en daarbij haar competenties en kennis bijdraagt kan door de nauwe samenwerking, als houder beschouwd worden van confidentiële informatie en daardoor uitgesloten worden van deelname, tenzij de know how toegankelijk gemaakt wordt aan anderen, dus ook aan de concurrentie.

Het partnerschap Defensie - industrie moet dus in een ruimer kader gezien worden dat de concurrentiepositie en het korte termijn profijt van de bedrijven overstijgt. De “Triple Helix” benadering met daarin Defensie, de bedrijven en de wetenschappelijke en academische gemeenschap beschrijft goed dit ruimere kader waarin de verschillende actoren samen nadenken over de ontwikkeling van onze militaire capaciteiten op lange termijn. Het “Triple Helix” initiatief van Defensie ligt in de lijn van deze benadering.

Aan drie belangrijke voorwaarden dient voldaan te worden om dergelijke samen-werking tot een goed einde te brengen: (1) de drie acteurs moeten onafhankelijk van elkaar kunnen werken ten einde het aantal mogelijke oplossingen voor het gestelde doel te maximaliseren; (2) De bedrijven en de wetenschappelijke wereld dienen zo vroeg mogelijk betrokken te worden bij de conceptbespreking van Defensie ten einde een gemeenschappelijke strategie op te stellen tussen de industrie, Defensie en het wetenschappelijk onderzoek en (3) er dient een centraal beheer over de verworven kennis in plaats gesteld te worden onder leiding van een “Chief Information Officer”, bijvoorbeeld in de schoot van het Koninklijk Hoger Instituut van Defensie.

 


 Le ʺMeet & Share Spaceʺ : networking parmi les stands des exposants et des sponsors

 

La géographie de ces nouveaux partenariats Défense-Entreprises-Académies peut aussi dépasser les frontières du Royaume.  En effet, des synergies existent et sont déjà en partie exploitées entre les Etats ou dans des structures telles l’OTAN ou l’Union Européenne.  Les ambitions de l’Agence Européenne de Défense le soulignent : la collaboration intra-européenne doit atteindre 35% des dépenses d’équipement et 20% des investissements en recherche et développement militaires.

Enfin, collaborer de façon plus intense et plus structurée avec le monde de l’entreprise permettra aussi à la Défense d’adresser un challenge important lié à l’évolution de la carrière militaire.  Les nouveaux besoins capacitaires requirent un personnel jeune mais engagé sur un horizon de temps plus court, ce qui pose le problème du reclassement des militaires en fin de contrat.  Tisser des liens plus étroits avec les entreprises permettra d’établir des passerelles entre la Défense et le monde civil et ainsi d’offrir de nouvelles perspectives au personnel militaire, pour autant que celui-ci s’inscrive dans la nouvelle loi du marché de l’emploi : être prêt à continuer à apprendre.

De nieuwe partnerschappen Defensie-Bedrijven-Academies kunnen zich zelfs uitstrekken tot buiten de landsgrenzen. Zulke synergiën zijn reeds bestaande en werkzaam in de structuren van de NATO en de Europese Unie. De doelstellingen van het Europese agentschap van Defensie streeft immers naar een intra-Europese samenwerking met 35% aan uitrustingsuitgaven en 20% aan investeringen in militair onderzoek en ontwikkeling.

De meer intensieve en gestructureerde samenwerking met de bedrijfswereld biedt een uitdaging en heel wat mogelijkheden voor de ontwikkeling van de militaire loopbaan. De nieuwe capaciteitsnoden vereisen een jong kader voor een korte termijn met als gevolg het probleem van de reclassering van het personeel bij einde contract. Door een nauwere vervlechting met de bedrijven worden er bruggen geslagen tussen Defensie en de burgerwereld waardoor nieuwe perspectieven ontstaan voor het militair personeel, in zover het in overeenstemming is met de nieuwe wet op de arbeidsmarkt.

 


Le stand du Cercle Royal Mars & Mercure

 

Les nouveaux défis sécuritaires

 

Deux éléments nouveaux sont apparus dans le paysage sécuritaire ces dernières années : la montée du terrorisme et le développement de la cybercriminalité.  Si la composante terroriste influence surtout la mission des services de sécurité et de nos forces armées, les attaques informatiques concernent tout autant les entreprises que la Défense.

L’exportation du terrorisme hors des zones de conflit a modifié la donne dans la lutte contre ce fléau qui frappe maintenant dans le cœur même de notre société occidentale.  Une coordination accrue est requise (1) entre la Défense et les services civils de sécurité (Police, Sûreté de l’Etat, Protection Civile) et (2) entre les états.  Le rôle des sociétés de sécurité s’est aussi vu augmenté, entre autres par l’adoption d’un nouveau cadre légal qui élargit les missions de surveillance et de gardiennage qui peuvent être confiées à des acteurs non-étatiques.  Le cadre d’action est donc devenu plus complexe, asymétrique et requiert toujours plus de flexibilité et d’agilité dans la définition de contre-mesures, qui passent souvent par des moyens technologiques sophistiqués de veille, de collecte d’information, d’interprétation et de prévision.

 

De nieuwe veiligheidsuitdagingen

 

Twee nieuwe elementen hebben het licht gezien in het veiligheidslandschap van de laatste jaren: de opkomst van het terrorisme en de ontwikkeling van de cybercriminaliteit. Daar waar het aspect terrorisme vooral de opdrachten van de veiligheidsbedrijven en van onze strijdmachten aangaat is de informatiecriminaliteit zowel een probleem van Defensie als van de bedrijven.

De uitvoer van het terrorisme vanuit de conflict zones heeft geleid tot een herziening van de aanpak van deze bedreiging die zich heeft uitgebreid tot in het hart van de westerse samenleving. Een verhoogde samenwerking is vereist (1) tussen Defensie en de burgerlijke veiligheidsdiensten (Politie, staatsveiligheid, civiel bescherming) en (2) tussen de staten onderling. De rol van de veiligheidsbedrijven is toegenomen o.a. door een nieuw wettelijk kader waardoor de surveillance en bewakingsopdrachten worden uitgebreid en toegewezen aan niet-overheidspersoneel. Het actiekader is daardoor complexer en asymmetrisch geworden en dus is er steeds meer flexibiliteit en behendigheid vereist bij het bepalen van tegenmaatregelen die zich dikwijls vertalen in gesofistikeerde technologieën op het gebied van bewaking, voor

 

 Les intervenants du grand débat du 23 juin.

De gauche à droite : Patrick Leroy (Commissaire Divisionnaire Hre, SGRS), Daniel Fiott (Security & Defence Editor, EUISS), Prof Dr Marc Cools (UGent), modérateur, Kristel Van der Elst (CEO, The GLOBAL FORESIGHT GROUP), Régis Gaspar (Country President, SECURITAS)

 

Sur le plan de la cybercriminalité, le concept d’intelligence économique se situe au cœur du débat.  Par leur réseau étendu de contacts, par leur accès aux media et par leur capacité d’analyse, les entreprises développent des informations cruciales qui contribuent au développement d’un avantage concurrentiel sur les marchés.  Pareils renseignements intéressent bien entendu les sociétés concurrentes mais aussi des puissances étrangères qui souhaitent influencer à leur avantage la répartition des actifs économiques.  La diffusion non contrôlée d’informations cruciales détenues par une entreprise peut très vite dégrader sa performance et, partant, sa stabilité financière.  A cet aspect s’ajoutent encore les tactiques d’intoxication, de désinformation ou de subversion.

Dans ce contexte, la diffusion et l’échange d’informations par les réseaux sociaux constitue un risque sur lequel il convient de s’attarder.  Les 500 millions d’abonnés à Twitter et les quelque deux milliards d’utilisateurs de Facebook constituent une cible de choix pour les cybercriminels vu les possibilités d’anonymat offertes par Internet et le peu de connaissances informatiques des usagers des réseaux sociaux, qui sont donc peu conscients des risques informatiques.  Lutter contre le vol de données bancaires, l’usurpation d’identité, la contamination de réseaux informatiques, voire leur prise de contrôle par un acteur malveillant requiert à la fois des mesures techniques de protection (firewalls, spywares, …) mais aussi une sensibilisation du personnel des organisations, commerciales ou non.  Une séparation stricte des comptes personnels et d’entreprise sur les réseaux sociaux appartient à l’arsenal des bonnes pratiques, ainsi que l’interdiction de diffuser des informations relatives à la société via un compte Facebook ou Twitter personnel.

Pour combattre la cybercriminalité, les entreprises peuvent actionner trois leviers : la connaissance, la technologie et les employés.

La connaissance recouvre l’identification des cybercriminels potentiels et l’étude de leur mode opératoire, la reconnaissance des indicateurs d’une cyberattaque.  Il est intéressant de constater que deux tiers des entreprises qui subissent pareille attaque n’en sont pas conscientes au moment où celle-ci se déroule.  Une collaboration plus étroite avec les services publics spécialisés dans ce domaine pourrait réduire, voire supprimer ce déficit de connaissance.

Sur le plan technologique, nombre de solutions existent pour augmenter la protection des données d’une entreprise.  Après un inventaire des informations cruciales à protéger, des scénarios de menace peuvent être établis pour aider à définir les mesures techniques de prévention à installer.  Un monitoring continu de la performance de ces solutions technologiques s’avère indispensable, tout comme une mise à jour régulière des outils de protection au vu de l’habileté des cybercriminels à développer de nouveaux algorithmes pour contourner ceux-ci.

Les employés des entreprises jouent un rôle central dans la lutte contre la cybercriminalité.  Des statistiques récentes montrent que 91% des cyberattaques pénètrent dans le réseau informatique d’une société via un employé (compte e-mail, porte d’accès à un système informatique, …).  Il est donc crucial de former le personnel des entreprises à identifier les informations cruciales dont la diffusion doit être gérée de manière stricte et à reconnaître les symptômes d’une cyberattaque ainsi que d’apprendre les réactions adéquates à pareil méfait.

Op het gebied van cybercriminaliteit is het concept van economische intelligentie de kern van het debat. Door een uitgebreid netwerk aan contacten, door de toegang tot de media en analyse capaciteit ontwikkelen deze bedrijven een concurrentieel voordeel op de markt. Deze informatie is erg gegeerd door concurrerende bedrijven maar ook door buitenlandse machten die azen op een deel van de koek. De ongecontroleerde verspreiding van cruciale informatie in het bezit van een bedrijf kan haar rendement en financiële stabiliteit schaden. Andere schadelijke aspecten zijn tactische intoxicatie, desinformatie of subversie.

In deze context is de verspreiding en uitwisseling van informatie via de sociale netwerken een risico dat alle aandacht vraagt. De 500 miljoen Twitter abonnees en de 2 miljard Facebook gebruikers vormen een doelwit voor de cybercriminelen, mede in de hand gewerkt door de anonimiteit van het internet en dit in combinatie met het gebrek aan informaticakennis bij de gebruikers van de sociale media. De strijd tegen de diefstal van bankgegevens, identiteitsfraude, de besmetting van de informatiekanalen of de overname van de controle door hackers vereist niet alleen technische ingrepen (firewalls, spywares, …..) maar ook de bewustmaking van het personeel bij commerciële en niet-commerciële organisaties. Een strikte scheiding van het persoonlijk- en bedrijfsgebruik van de sociale media zou de regel moeten zijn alsook het verbod op de verspreiding van bedrijfsinformatie via een persoonlijke account op Facebook of Twitter.

Om de cybercriminaliteit te bestrijden dienen de bedrijven drie pijlers aan te pakken: de kennis, de technologie en de werknemers.

De kennis houdt in de identificering van potentiële cybercriminelen met hun manier van werken en de herkenning van indicatoren voor een cyberaanval. Het is bijzonder verontrustend te weten dat twee derden van de bedrijven zich niet bewust is van een dergelijke aanval. Een nauwere samenwerking tussen de gespecialiseerde openbare diensten in dit domein kan het gebrek aan kennis verminderen of zelfs uitschakelen.

Op technisch vlak bestaan er talrijke oplossingen om de veiligheid van de bedrijfsgegevens te verhogen of te waarborgen. Na de inventarisatie van de cruciale te beschermen gegevens kunnen bedreigingsscenario’s gesimuleerd worden om op die basis de juiste preventietechniek te bepalen en te installeren. Een voortdurende opvolging en up to date houden van deze technologische oplossingen is noodzakelijk om de cybercriminelen te ontraden om nieuwe algoritmes te ontwikkelen om de beschermingsmiddelen te ontwrichten.

De werknemers in de bedrijven spelen een centrale rol in de strijd tegen de cybercriminaliteit. Statistieken wijzen uit dat 91% van de cyberaanvallen gebeuren via het informaticanetwerk van een werknemer (e-mail account, toegangspoort tot een informaticasysteem, …). Het is bijgevolg van cruciaal belang het bedrijfspersoneel op te leiden in de herkenning van gevoelige informatie die op een strikte manier dient beheerd te worden alsook in de herkenning van de symptomen bij een cyberaanval en hoe op zulk een misdrijf te reageren.

 

 Lunch convivial et animé

 

En matière de cybercriminalité, une collaboration Défense-Entreprises pourrait s’agencer sur un échange d’expérience en matière d’analyse de l’information (cycle du renseignement), de contrôle de sa diffusion et de gestion humaine et technique de la protection des systèmes informatiques, trois domaines dans lesquels l’expertise de nos forces armées est reconnue.

Ces nouveaux défis sécuritaires provoqués par le terrorisme et la cybercriminalité soulignent la nécessité, pour la Défense et les entreprises, de développer une capacité de prévision des risques majeurs.  Pareille capacité, que les anglo-saxons désignent par "strategic foresight" ou "prévoyance stratégique", aide à la décision dans un contexte d’incertitude, par des outils de planification articulés sur des projections alternatives du futur.  Pareils scénarios sont développés par des organisations telles l’OTAN, la National Security Agency américaine, le Forum Economique Mondial ou encore la Haute Ecole Technologique (ETH) de Zürich.

Pratiquer la prévoyance stratégique requiert de passer d’une attitude réactive (résoudre les problèmes quand ils se manifestent) à une attitude proactive : saisir les opportunités qui permettront d’assurer notre futur.  L’observation des acteurs multiples (gouvernementaux ou non, politiques, économiques, militaires, sociaux, …) qui influencent notre monde et des facteurs qui guident leur comportement et leurs interactions, jointe à l’identification des tendances lourdes (mega trends) et à la projection d’hypothèses sur le futur (visioning) permettent de développer pareille attitude proactive.

Ici aussi, la complexité d’une démarche de prévoyance stratégique et les similitudes de celle-ci dans les domaines militaire et économique appellent à une collaboration étroite entre Défense et entreprises.  Des plates-formes telles l’Institut Royal Supérieur de Défense et Agoria peuvent constituer le point de départ d’un tel partenariat.

Op het gebied van de cybercriminaliteit kan de samenwerking Defensie – bedrijf gebouwd worden op drie pijlers: de uitwisseling van ervaringen in het domein van de informatieanalyse (“cycle du renseignement”), de controle van de verspreiding ervan en het menselijk en technisch beheer van de bescherming van de informaticasystemen; drie domeinen waarin de expertise van onze strijdkrachten erkend wordt.

Deze nieuwe uitdagingen op het gebied van veiligheid, in de hand gewerkt door het terrorisme en de cybercriminaliteit, bevestigen de noodzaak voor Defensie en de bedrijven om in een capaciteit voor voorspelling van grote risico’s te voorzien. Een gelijkaardige capaciteit, in de Angelsaksische wereld aangeduid als “strategic foresight” of “strategische voorspelbaarheid”, helpt bij het nemen van beslissingen in een onzekere situatie door middel van planningsinstrumenten gebaseerd op alternatieve projecties in de toekomst.

Gelijkaardige scenario’s worden eveneens ontwikkeld binnen organisaties zoals de NAVO, het Amerikaans nationale veiligheidsagentschap, het Wereld Economisch Forum en La haute Ecole Technologique (ETH) in Zurich.

Strategische vooruitziendheid of voorspelbaarheid vereist de overgang van een reactieve houding (het oplossen van problemen wanneer ze gesteld worden) naar een proactieve houding: de gelegenheden grijpen om de toekomst te verzekeren. De waarneming van de verschillende spelers (gouvernementeel- en non gouvernementeel, politiek, economisch, militair, sociaal, …) die de wereld beïnvloeden en de factoren die hun gedrag en interacties bepalen, te samen met de herkenning van grote tendensen (“mega trends”) en de projectie van hypothesen op de toekomst laten de ontwikkeling van een proactieve houding mogelijk.

Ook hier vereisen de complexiteit van een strategische voorspeelbarheid en gelijkaardige technieken in de militaire en economische domeinen een nauwe samenwerking tussen Defensie en de bedrijven. Instellingen zoals het Koninklijk Hoger Instituut voor Defensie en Agoria kunnen het startpunt vormen voor zulk een partnerschap.

 

 

 

Séance de clôture : Serge Stroobants, Président du Club Brabant, remercie le Gen Compernol, Chef de la Défense

 

Les échanges fructueux qui ont animé le Forum "Officers & Entrepreneurs" et les conclusions évoquées ci-dessus confirment la haute valeur ajoutée qui se dégagera d’un partenariat large, structuré et à long terme entre la Défense et les Entreprises.

De vruchtbare uitwisselingen die het Forum “OFFICERS & ENTREPRENEURS” bezield hebben en de hierboven aangehaalde conclusies bevestigen de hoge toegevoegde waarde uitgaande van een breed gestructureerd partnerschap op lange termijn tussen Defensie en de bedrijfswereld.

 

Contact & info : info@oe-forum.org

 

The OFFICERS & ENTREPRENEURS FORUM was hosted by

 

 

and sponsored by 

 

 

Logo Honeywell

 

 

Logo United Technologies

 

Rédaction : Bernard Respaut (Club Luxembourg)

Relecture : Jean Luc Pleunes (VP Club Brabant)

Vertaling : Marc Van de Wal (Nat Vice-voorzitter)